Een rechte trap bekleden met een sisal traploper is voor de meeste klussers goed te doen. Gaat je trap de bocht om, met spiltreden of een tussenbordes, dan wordt het een stuk specialistischer. Toch kunnen handige mensen ook dit prima zelf. In deze blog lees je hoe je een traploper met bocht monteert met traproedes en knologen, zonder de loper door te snijden. Heb je de loper nog niet opgemeten? Begin dan met ons stappenplan om een traploper met bocht op te meten.
Kun je een traploper met bocht zelf monteren?
Ja, als je handig bent met een tacker en een boormachine. Op het rechte deel volg je dezelfde stappen als bij een rechte trap. In de bocht laat je de loper uit één stuk van richting veranderen met een plooi op elke optrede of een diagonale vouw op het bordes. Twijfel je, schakel dan een stoffeerder in.
Eerlijk is eerlijk: een bocht vraagt meer geduld dan een rechte trap. Sisal is een stevige natuurvezel, geen soepel hoogpolig tapijt, en laat zich dus minder makkelijk plooien. Dat is precies waarom sisal zo slijtvast is op de trap, maar het betekent ook dat je in de bocht rustig moet werken en elke plooi eerst droog moet passen.
Welke bocht heeft jouw trap?
De techniek hangt af van het type bocht. Kijk daarom eerst goed naar je trap:
- Kwartslag met spiltreden: de trap draait 90 graden via een paar wigvormige treden die aan de binnenkant smal en aan de buitenkant breed zijn. Dit is de meest voorkomende bocht in Nederlandse woningen.
- Kwartslag met bordes: de trap draait 90 graden via een vlak tussenbordes.
- Halfslag: de trap draait 180 graden, via spiltreden of via een bordes. In feite twee kwartslagen achter elkaar.
Bij spiltreden laat je de loper per trede een paar graden draaien met een plooi op de optrede. Bij een bordes maak je één diagonale vouw van 45 graden. Beide technieken lees je hieronder stap voor stap.
Wat heb je nodig?
- Je sisal traploper op maat, opgemeten langs de buitenbocht plus 20 tot 30 cm marge
- Traproedes: één roede per optrede, per stuk te bestellen
- Knologen: de ogen of houders die je in de trap schroeft en waar de roede doorheen loopt. Knologen worden per stuk verkocht, dus 2 stuks nodig per roede
- Een tacker met korte nietjes en dubbelzijdig tapijttape
- Een boormachine, schroeven die passen bij jouw trap (bij een betonnen trap met pluggen) en een schroevendraaier
- Een rolmaat, krijt of schilderstape en een potlood
- Een stomp gereedschap om de loper strak in de hoek te duwen, zoals een tapijtbeitel of een houten spatel
Traproedes en knologen bestel je apart bij de loper. Tel daarom vooraf het aantal optredes, inclusief de spiltreden, zodat je genoeg roedes en sets knologen in huis hebt.
Stap 1: laat de loper op kamertemperatuur komen
Rol de loper een dag voor de montage uit in de ruimte waar de trap staat. Sisal is een natuurvezel en wordt soepeler als hij op temperatuur is en een tijdje plat heeft gelegen. Vooral bij een zware weving als Yucatan maakt dit veel verschil voor het plooien in de bocht.
Stap 2: zet de looplijn uit op elke trede
Op een rechte trap leg je de loper precies in het midden. In de bocht werkt dat anders: het midden van een spiltrede ligt niet op de plek waar je loopt. Zet daarom met krijt of schilderstape een looplijn uit die vloeiend van het rechte deel door de bocht naar het volgende rechte deel loopt. Markeer op elke trede en op elke optrede waar het midden van de loper komt.
Leg de loper daarna los op de trap en volg de lijn. Zo zie je meteen of de zichtbare strook hout aan beide kanten er rustig uitziet en waar de plooien komen, nog voordat er één nietje in zit.
Stap 3: monteer eerst het rechte deel
Begin bovenaan en werk naar beneden, tot vlak voor de bocht. Zet de loper per trede vast in de hoek tussen trede en optrede met tapijttape en een paar nietjes, trek hem strak over de neus en zorg dat de band recht loopt. Dit deel werkt precies zoals bij een rechte trap, en dat lees je uitgebreid in onze handleiding voor het monteren op een rechte trap.
Stap 4: spiltreden met een plooi op de optrede
Op een spiltrede verandert de richting van de trap telkens een paar graden. De loper zelf moet recht blijven, anders gaat de band scheef lopen. Die kleine richtingsverandering maak je daarom op de optrede, waar een plooi later achter de traproede en onder de neus verdwijnt.
- Leg de loper recht over de trede. Volg de looplijn, trek de loper strak over de neus naar beneden en laat hem op de optrede hangen.
- Draai de loper naar de volgende trede. Richt het deel dat over de volgende trede gaat uit op de looplijn. Aan de smalle binnenkant van de bocht ontstaat nu overtollig materiaal op de optrede.
- Vouw de overmaat tot een plooi. Vouw het overtollige materiaal aan de binnenkant naar binnen, zodat er een driehoekige plooi plat tegen de optrede ligt. De zichtbare kant van de loper blijft strak en de band loopt door.
- Zet de plooi vast. Niet de plooi met een paar nietjes vlak onder de neus en in de hoek tussen optrede en trede. Gebruik geen nietjes op plekken waar je ze later ziet.
- Duw de loper strak in de hoek. Werk met de tapijtbeitel, zodat de loper scherp in de hoek tussen optrede en volgende trede ligt. Daar komt straks de traproede.
Herhaal dit op elke spiltrede. Hoe smaller de spiltrede aan de binnenkant, hoe groter de plooi. Neem de tijd: een plooi die je eerst los vouwt en bekijkt, voorkomt dat je nietjes moet verwijderen.
Stap 5: een bordes met een diagonale vouw
Heeft je trap een tussenbordes, dan laat je de loper in één keer 90 graden draaien met een vouw van 45 graden. Er gaat geen schaar in de loper, dus de band blijft overal intact.
- Leg de loper door tot aan de hoek van het bordes. Laat hem een stuk doorlopen voorbij het punt waar de volgende trap begint.
- Vouw de loper diagonaal terug. Vouw de loper onder een hoek van 45 graden onder zichzelf, zodat het vervolg nu haaks op het eerste deel ligt, in de richting van de volgende trap. De vouwlijn loopt van hoek tot hoek over de loper.
- Controleer de looplijn. Het nieuwe deel moet precies over het midden van de volgende trap lopen. Schuif de vouw zo nodig een paar centimeter op voordat je iets vastzet.
- Zet de vouw plat vast. Leg dubbelzijdig tapijttape onder de vouw en niet de dubbele laag langs de randen vast. Druk de vouw goed plat.
Bij een halfslag met bordes maak je twee van deze vouwen. Let op: bij een dikke weving wordt de dubbele laag in de vouw goed voelbaar. Ligt de vouw midden op een looproute en vind je dat bezwaarlijk, laat dan een stoffeerder meekijken.
Stap 6: de traproedes en knologen in de bocht
De traproede komt in de hoek tussen optrede en trede, op dezelfde plek als op het rechte deel. In de bocht let je op drie dingen.
- Meet de roedelengte langs de optrede. Op een spiltrede kruist de loper de optrede schuin. Daardoor is de loper, gemeten langs de optrede, breder dan zijn eigenlijke breedte. Meet dit per spiltrede en kies een roede die aan beide kanten een paar centimeter voorbij de band uitsteekt. Traproedes zijn er in 60, 65, 70, 75, 80 en 100 cm.
- Plaats de knologen op gelijke afstand van de band. Zet aan beide kanten een knoloog op 1 tot 2 cm van de band, gemeten langs de lijn van de optrede. Op een spiltrede liggen de twee knologen daardoor niet gespiegeld tegenover elkaar, en dat is juist goed.
- Laat de roede de plooi afdekken. Plaats de roede strak in de hoek, zodat hij de onderkant van de plooi en de nietjes uit het zicht houdt.
Boor per knoloog een klein voorgat, schroef de knologen vast, schuif de roede erdoor en controleer of hij niet kan rammelen. Meer over de kleuren en maten lees je in onze blogs over kleuren en lengtes van traproedes en over de verschillende knologen.
Stap 7: controleer de hele trap
- Loopt de band op elke trede recht en vloeiend door de bocht?
- Ligt de loper overal strak, zonder bobbels op de treden?
- Zijn alle plooien en nietjes uit het zicht?
- Zitten alle roedes vast en steken ze aan beide kanten even ver uit?
Loop de trap een paar keer op en af, ook in de bocht aan de binnenkant. Na een paar dagen kan sisal zich iets zetten. Controleer dan nog één keer de roedes en druk de loper zo nodig opnieuw strak in de hoeken.
Veelgemaakte fouten in de bocht
- De loper doorsnijden. Een loper uit één stuk met een band kun je in de bocht laten draaien door te plooien en te vouwen. Een snede maakt een onafgewerkte rand die gaat rafelen.
- Het midden van de spiltrede aanhouden. Volg de looplijn, anders lijkt de loper in de bocht naar binnen of naar buiten te trekken.
- Te snel nieten. Pas elke plooi eerst droog. Een nietje verwijderen laat een gaatje achter in de rug.
- Te korte roedes. Op een spiltrede heb je vaak een langere roede nodig dan op het rechte deel.
- Te krap opgemeten. Wie langs de binnenbocht heeft gemeten, komt aan de buitenkant tekort. Meet altijd langs de buitenbocht en houd 20 tot 30 cm marge aan.
Wanneer kun je beter een stoffeerder inschakelen?
Sisal Studio monteert de traploper niet zelf, maar we denken graag met je mee. Een stoffeerder is een goede keuze als je trap meerdere spiltreden achter elkaar heeft die aan de binnenkant bijna naar nul lopen, als de trap open is zonder optredes, of als je geen ervaring hebt met een tacker en boormachine. Ook bij een halfslag met twee bordessen in een veelgebruikte trap kan vakwerk de moeite waard zijn.
Kies de juiste weving voor een trap met bocht
Elke weving uit ons assortiment voor de trap is in de bocht te monteren. Een dunnere, vlakke weving plooit soepeler, een zware weving met veel reliëf geeft meer grip maar vraagt meer kracht in de bocht. Lees alles over de zwaarste weving op de trap in onze blog over de Yucatan traploper, of bekijk het overzicht van alle wevingen voor de trap. Twijfel je? Bestel eerst een staaltje van 5x5 cm en vouw het eens dubbel: dan voel je meteen hoe de weving zich gedraagt.
Ligt je loper eenmaal mooi in de bocht, dan blijft hij dat met het juiste onderhoud. Lees daarvoor onze tips over onderhoud en reiniging van een traploper.
Veelgestelde vragen over een traploper met bocht monteren
Moet ik de traploper in de bocht doorsnijden?
Nee. Een traploper uit één stuk laat je in de bocht draaien met een plooi op de optrede van elke spiltrede of met een diagonale vouw van 45 graden op het bordes. Zo blijft de band overal intact en ontstaat er geen rafelende snijrand.
Hoeveel traproedes en knologen heb ik nodig voor een trap met bocht?
Eén traproede per optrede, ook op de spiltreden, en per roede twee knologen. Knologen worden per 2 verkocht en traproedes per stuk. Tel dus het aantal optredes en bestel evenveel roedes en sets knologen.
Welke lengte traproede heb ik nodig op een spiltrede?
Meet de breedte van de loper langs de optrede. Op een spiltrede ligt de loper schuin over de optrede en is hij daar breder dan zijn eigen breedte. Kies een roede die aan beide kanten een paar centimeter voorbij de band uitsteekt.
Hoe lang ben ik bezig met een traploper met bocht?
Reken voor een gemiddelde trap met een kwartslag op ongeveer een dag, inclusief het droog passen van de plooien en het monteren van de roedes. Het rechte deel gaat snel, de bocht kost de meeste tijd.
Monteert Sisal Studio de traploper ook?
Nee, Sisal Studio monteert niet zelf. We maken je traploper op maat en geven graag advies over de montage. Wil je het niet zelf doen, dan kan een stoffeerder de loper voor je leggen.